Administratieve rompslomp als gevolg van de WW premiedifferentiatie, werkgevers opgelet!

Een van de positieve gevolgen van de WAB (Wet Arbeidsmarkt in in Balans) is dat je als werkgever aanspraak kunt maken op een (flink) lagere WW premie voor vaste arbeidscontracten.

Wat vele werkgevers denk ik niet weten is dat de Belastingdienst in dat geval wel als voorwaarde stelt dat er op schrift bevestigd is dat er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, niet zijnde een oproepovereenkomst, tussen werkgever en werknemer van kracht is.

Vandaag verscheen hierover een artikel in het Financieel Dagblad.

Veel werkgevers zullen deze schriftelijke bevestiging van beide partijen niet in het dossier hebben. Nadat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd verlengd is, en besloten wordt om het dienstverband voor onbepaalde tijd voort te zetten, wordt hier slechts een kort mailtje aan gewijd. Soms volgt er helemaal geen schriftelijke vastlegging en blijkt de onbepaalde tijd status voldoende uit de voortzetting van de arbeidsrelatie na de contracten voor bepaalde tijd.

Om nu als werkgever aanspraak te kunnen maken op de lagere WW premie is dit niet voldoende.

Je zult dus, de regels van de Belastingdienst volgend, voor iedere medewerker die bij jou in vaste dienst is, een handtekening moeten hebben. Dit hoeft niet perse in de vorm van een nieuwe arbeidsovereenkomst, het mag ook in de vorm van een addendum (bijlage op de arbeidsovereenkomst). Het nieuwe jaar zal dus met de nodige administratieve rompslomp moeten worden gestart!

Op zich hoeft dit document niet méér te bevatten dan de bevestiging van partijen over en weer dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen hen geldt, niet zijnde een oproepovereenkomst. Werknemers zijn gehouden dit document te ondertekenen.
(Let wel: je kunt dit als werkgever niet gebruiken om plotseling andere voorwaarden aan de werknemer op te leggen)

Het was de bedoeling dat deze regel in zou gaan per 1 januari 2020. Inmiddels heeft minister Koolmees voor de werkgevers uitstel gevraagd tot 1 april 2020 (klik hier om de brief van Minister Koolmees d.d. 9 december 2019 te lezen). 

Marije Sliphorst
Gepubliceerd op 19 december 2019


Abma Advocaten